donderdag 22 juni 2023

La production céramique de #Desvres.

Desvres, gelegen in Noord-Midden-Frankrijk (het achterland van Boiulogne), is al sinds de Gallo-Romeinse tijd een centrum van aardewerkproductie.


Halverwege de 18e eeuw ontstond er in en rond Desvres een wat intensievere aardewerkindustrie … de ondergrond was er rijk aan een witte ijzerhoudende kleilaag, geschikt voor de vervaardiging van keramische producten. 


Van dit regionale voordeel maakte in 1748 de pottenbakkersfamilie Boulongne gretig gebruik voor de vervaardiging van tegels allerhande … hun familiale bedrijvigheid in Desvres duurde wel een eeuw lang.

 

De familie Level zette in 1850 het bedrijf verder …. rond 1900 nam Georges Martel, beter bekend als: Geo Martel, het roer van haar over. 


Eveneens in die beginperiode, namelijk in 1764, richtte ook notaris Jean-François Sta een aardewerkfabriek in Desvres op. In 1802 werd dit bedrijf overgenomen door Louis Alexandre Dupré. Deze pottenbakker staakte zijn activiteiten in 1810.


In 1804 richtte François-Joseph Fourmaintraux, een voormalig arbeider bij Sta, zelf een aardewerkfabriek op dat zich zou ontwikkelen tot een bedrijf van veel grotere omvang en zich zou opsplitsen in drie firma’s.


Allereerst de firma Fourmaintraux-Hornoy die in 1879 werd verdergezet door de gebroeders Fourmaintraux en familieleden. In 1903 nam Francis Masse de leiding ervan over. 


Ten tweede het bedrijf Fourmaintraux Courquin verdergezet door Charles Fourmaintraux-Houzel, vervolgens Fourmaintraux-Gand, dan Fourmaintraux Delassus en vandaag de dag s.a. Desvres. 


Een derde vertakking was het bedrijf Emile Fourmaintraux in 1899 … dat in 1906 werd verdergezet door Gabriel Fourmaintraux. Over dit laatste bedrijf volgt hieronder wat meer toelichting.


Emile Fourmaintraux richtte in 1899 een werkplaats op genaamd ‘La Potterie’. Daarvoor had hij altijd samengewerkt met zijn broer Jules …  zij spraken onderling af dat hij geen bouwkeramiek zou vervaardigen. 


Zijn zoon Gabriël startte in 1905 met de exclusieve productie van porselein, die zal duren tot 1925. Nadien schakelt hij terug over naar de vervaardiging van aardewerk. Gabriel Fourmaintraux zal dan grotendeels stukken ontwikkelen die zijn geïnspireerd op Franse regionale stijlen die over het hele grondgebied en in België zullen worden verkocht dankzij een ontluikend commercieel netwerk.

In 1946 komen Claude Fourmaintraux en Daniel Dutertre hun vader en schoonvader ondersteunen, zo ontstond het bedrijf ‘Fourmaintraux et Dutertre s.a.’ dat tot 1986 actief zou blijven. Door hun bedrijfskundige en commerciële aanpak steeg het aantal werknemers tot een kleine tweehonderd.


De oliecrisis van 1973 en nadien het verschijnen van voor de verwerkende industrie ongunstige sociale wetten, zoals de toepassing van 35 uren/week … zullen de ontwikkeling van het bedrijf een halt toeroepen. 

In 1987 nam Olivier Fourmaintraux 
de leiding van het bedrijf dat in moeilijk vaarwater verkeerde over, hij werd al snel ondersteund door zijn neef Thierry Dutertre; ze ontwikkelden samen reeksen van eigentijdse producten.


Nieuwe economische moeilijkheden leidden in 1993 tot een fusie met de aardewerkfabriek ‘Masse-artisans aardewerk’, waaruit de firma Masse-Fourmaintraux (Olivier Fourmaintraux, Thierry Dutertre, Jean en Marie Muselet) ontstond. Deze moeizame fusie, met twee bedrijven met een verschillend verleden, bood geen weerstand aan de economische situatie en vroeg 4 jaar later, in 1997, het faillissement aan.


Er volgt, voor de rechtbank van koophandel, een totale overdracht aan Louis-Yves Delvigo. De oude leiders zullen de komende jaren vertrekken. Nieuwe moeilijkheden zullen leiden tot een liquidatie in 2003; vervolgens naar een overnamebod van Michel Delvallée (een kleine fabrikant van lampenkappen uit Calais). De totale en definitieve vereffening, met verkoop van de activa, zal worden uitgesproken op 18 november 2009. 

De fabriek van Gabriel Fourmaintraux is vandaag het museum van de ‘Belle Epoque van aardewerk van Desvres’. met een collectie van meer dan 10.000 vormstukken.

Camille Fourmaintraux, afgestudeerd in Schone Kunsten, zet de traditie voort door een atelier te creëren in het voormalige pand van haar familie, in Desvres, en verhuisde vervolgens in 2016 ten noorden van Boulogne-sur-mer, naar een plaats genaamd "Le Moulin Wibert". Zij vertegenwoordigt de 10e generatie in rechte lijn in deze branche.


Buiten de dynastie Fourmaintraux waren er nog ander vermeldenswaardige bedrijven actief in deze regio; Namelijk dat van Jules Verlingue, hij richtte zijn aardewerkfabriek op in 1903 in Boulogne-sur-mer samen met monsieur Lagarde; vandaar de LV-markering op sommige onderdelen. Jules Verlingue nam in 1917 de Quimper-fabriek van La Hubaudière over om het merk 'HB Quimper' verder te laten bestaan en bevestigde zo de nauwe banden tussen de aardewerk-centra van het noorden en Bretagne.

Hij verkocht het verder aan Henri Delcourt die het uitbaatte tot 1935. Deze laatste introduceerde porselein na de Eerste Wereldoorlog. 

Het aardewerk van Desvres verwierf zijn bekendheid door de "handgemaakte" reproductie van stukken en decoraties van de bekendste aardewerkfabrieken (Delft, Rouen, Moustiers, enz.). 

De art-decojaren markeren een keerpunt in de productie van Desvres, tot dan gericht op de reproductie van oude stijlen. De grafische stijl van Gabriel Fourmaintraux, beïnvloed door stripverhalen of tekenfilms, kleedt de stukken in gedurfde kleuren met zorgvuldig omlijnde vlakken. Hij zal op Afrika geïnspireerde series produceren en een breed scala aan decoratie- en promotieartikelen.


Net als in Quimper omringen de fabrieken zich met ontwerpers. Vanaf 1900 rekruteerde Géo Martel kunstenaars, waarvan de bekendste Achille Blot (exposant op de Franse kunstenaarsbeurs) of de dierenkeramist Georges Charlet waren, die vervolgens met Charles Fourmaintraux ging werken in La Belle Croix. Na de eerste oorlog komt de schilder en beeldhouwer Giovanni Léonardi, geboren op Sicilië, keramiek leren kennen bij Géo Martel, waarna hij dankzij zijn vriend Max Jacob naar Quimper gaat. Edouard Manchuel en vele anderen zullen voor Géo Martel3 werken. 

We vinden op de vormstukken ook de namen van L. Hoüel, René Delarue of Vincente Gil Franco, een Spaanse schilder die na de oorlog zijn toevlucht zocht in Boulogne-sur-mer en die, net als Paul Lecomte in Malicorne, talrijke vormstukken maakte.


Een nieuwe generatie ambachtslieden zet vandaag de dag de tradities voort. Onder hen Kristine en Bruno Morel, Jean-Michel Régnier die aardewerkkachels produceert en Philippe Lambert binnen het Phildéco-atelier.