Een van de Belgische faienceriën, waarvan tot op de dag van vandaag nog maar relatief weinig geweten is, is deze van 'la Céramique de Bruxelles'. Het wordt dus de hoogste tijd om alle kennis in verband met de geschiedenis en productie van deze fabriek, de nog aanwezige documenten, getuigenissen enz. samen te brengen in een degelijk naslagwerk ... dit is het minste wat we voor haar kunnen terugdoen ... haar status en haar wereldverbreide naam maken dat enigszins tot een verplichting of zoals de Fransen het zeggen: 'noblesse oblige' !
Wat is er dan wel al geweten over haar levensloop?
De fabriek werd naar alle waarschijnlijkheid opgericht na 1907.
Zij had haar maatschappelijke zetel en vestiging in Haren-Noord (Brussel).
In 1921 werd ze omgevormd tot: 's.a. Céramique de Bruxelles'.
In 1925 kwam de fabriek in handen van baron Marcel de Vinck terecht.
Na 1926 werd het bedrijf vertegenwoordigd door 'n.v. Alphonse Smeets'.
Vermoedelijk werd ze in die periode omgevormd tot: 's.a. Céramique de Bruxelles - Cérabelga'.
Deze naamsverandering had zeker en vast verband met de invoer van een nieuwe munteenheid in Belgie ... nl. de 'Belga' ... die gecreëerd werd om zich los te maken van de Latijnse muntunie ... de Belgische frank had toen dezelfde waarde als de Franse en Zwitserse frank en de Italiaanse lire.
Het merkteken Cérabelga komt zeker in de jaren '30 voor naast dat van Céramique de Bruxelles. Tussen 1935 en 1937 werd de fabriek geleid door Franse keramist Raymond Henri Chevalier (1900-1959) ... deze werkte voordien bij de faiencerie Longwy.
Na deze twee jaren in Brussel werd Chevalier hoofd van de kunstafdeling Boch te La Louvière.
Het bedrijf nam in zijn relatief korte bestaan ook deel aan verschillende wereldtentoonstellingen, waaronder deze van 1925 te Parijs en 1929 te Barcelona.
Begin tweede wereldoorlog sloot het zijn deuren.
De productie bestond uit: siervoorwerpen, vazen, lampvoeten, beeldjes, boekensteunen, vloer- en wandtegels enz. Deze werden gedecoreerd met florale motieven (Art Nouveau) ... later in de Art Deco-periode werd er gebruik gemaakt van opvallende druipglazuren die over een mooie crême-kleurige gecraqueleerde achtergrond liepen.
Begin tweede wereldoorlog sloot het zijn deuren.
De productie bestond uit: siervoorwerpen, vazen, lampvoeten, beeldjes, boekensteunen, vloer- en wandtegels enz. Deze werden gedecoreerd met florale motieven (Art Nouveau) ... later in de Art Deco-periode werd er gebruik gemaakt van opvallende druipglazuren die over een mooie crême-kleurige gecraqueleerde achtergrond liepen.
Groeten,
Meindert



