vrijdag 3 juni 2016

n.v. Faïence en Tegelfabriek #Westraven – Gebr. Ravesteijn – #Utrecht 1844 – 1994 .

In 1661 stichtte Abraham van der Schilde ‘Westraven’... een fabriek waar men ‘backen en estriken’ (dakpannen en vloertegels) produceerde, gelegen aan de Vaartse Rijn. Nadien ging deze onderneming een aantal malen in andere handen over.

In 1800 werd Hendricus Ravesteiijn de volgende eigenaar van dit bedrijf. Samen met zijn twee zonen Huibert (1808-1875) en Hendrik (1806-1888) zette hij deze ondertussen reeds vermaarde Utrechtse steenbakkerij verder.
In 1836 lieten zijn zonen een nieuwe vloertegelfabriek bouwen: ‘de Nijverheid’genaamd.

In 1844 vroegen Huibert en Hendrik een vergunning aan voor het maken van witte muursteentjes (faïencetegels). In hun nieuwe fabriek werd een schilderslokaal gevestigd waar men de tegels met de hand beschilderde.

Al in 1857 verpakte de fabriek haar tegels in kisten voor de exoport naar Nederlands-Indië.
Het meenemen van bakstenen en vloertegels was gebruikelijk, met deze ballast lag het schip stabieler op de golven.

De zoon van Huibert ... Hendrikus Frans Ravesteijn (1840-1888) ... werd in 1875 de nieuwe directeur van deze fabriek.

In 1888 werd Hubert Nicolaas Ravesteijn de nieuwe bedrijfsvoerder. In 1895 ging deze een vennootschap aan met Frederik Willem des Tombe (geldschieter) en rond 1900 werkten er reeds tachtig mensen bij Ravesteijn.

Op 18 juni 1904 brandde de fabriek aan de Jutfaseweg af, ze werd nadien heropgebouwd. Delen van dit industrieel bouwwerk zijn nog steeds te bewonderen in Utrecht.

In 1907 trok Huibert Nicolaas Ravesteijn zich terug uit de zaak.

Frederik Willem des Tombe zet het bedrijf per 1 januari 1908 voort onder de naam ‘Tegelfabriek Westraven’.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam het bedrijf zoals vele andere in zwaar weer terecht. Door grondstoffengebrek en wegvallende export naar Engeland lag de productie stil.

Op 22 april 1918 droeg Frederik Willem des Tombe de in liquidatie zijnde tegelfabriek over aan de toenmalige bedrijfschef J.J.J. van Luijn (1859-1933). Aanvankelijk mocht ‘van Luijn’ nog gebruk maken van een gedeelte van de oude fabriek, waar hij met een aantal machines, die hij van zijn voorganger des Tombe cadeau had gekregen kon verder werken.

Na anderhalf jaar verhuisde de fabriek naar de voormalige pottenbakkerij ‘Mobach’ aan de Jutphaseweg/Amaliastraat. Het oude pand 'de Nijverheid' werd verkocht.

In 1920 werd het bedrijf, inmiddels uitgebreid met de potterie Rembrandt en architecturale bouwkeramiek, verplaatst naar Helling 112 (later Heuveloord 112) aan de andere kant van de Vaartse Rijn. Hardwerkende vakmensen en kunstenaars zorgden voor de groei en bloei van dit bedrijf, er werd geëxporteerd naar velerlei landen. Uitzonderlijk zijn de ‘gouden daktegels’voor een koepelmosoleum in Haïfa (Israël).

In 1922 begon men met het persen van decoratieve reliëftegels in cloisonné-techniek. Een nieuwe pers werd in gebruik genomen, de zogenaamde frictiepers. De van kleipoedermassa geperste tegel werd geïntroduceerd.
In 1930 kreeg Westraven volop te maken met de crisis. Door het sluiten van de grenzen voor de export naar Engeland viel een belangrijke afzetmarkt weg. Als gevolg hiervan vielen er onvermijdelijk ontslagen.

In 1931 nam J.J.J. van Luijn op eigen verzoek ontslag.

Jonkheer Ir. R. de Brauw volgde hem op als directeur.
Onder zijn leiding werd opnieuw een potterie-afdeling opgezet. Kunstenaars zoals ‘Cris Agterberg’ ontwierpen er duurder en decoratief aardewerk. De firmanaam werd: ‘n.v. Faïence- en Tegelfabriek Westraven’v/h Gebrs. Ravesteijn.

De Utrechtse graficus Koos van der Sluijs kreeg na de tweede wereldoorlog in 1946 de ruimte om met tegelontwerpen te experimenteren. Hij kreeg de leiding over de reliëftegelproductie, die vanaf dat moment flink uitgebreid werd. Hij ontwierp er souvenirstegels met voorstellingen van landschappen, gebouwen en wapens, maar ook herdenkingstegels. Er werd ook contact gezocht met ontwerper-kunstenaars buiten Westraven, zoals: Hermanus Walstra, Toon Ninaber van Eyben, Charles Eyck en Harry Schifferstein ... zij leverden vooral religieuze ontwerpen. Ook monochrome reliëftegels zagen er het daglicht.

In de vijftiger jaren zorgde pottenbakker Leendert Blok, samen met de bedrijfsleider Karel Antoon Bazuine, voor de introductie van het ‘Chanoir’ aardewerk.

Op 1 januari 1959 ging jonkheer de Brauw met pensioen.

Hij werd als directeur opgevolgd door C. de Jong (voormalig vertegenwoordiger van de Porceleyne Fles). Met deze directiewisseling werd een andere koers ingezet. De Jong trok beeldend kunstenaar Henk Verberkmoes aan om in een aparte ruimte van de fabriek ‘het Atelier’ genaamd, te werken aan plastieken en wanddecoraties voor toepassingen in gevels en herenhuizen. Na Verberkmoes werkten er nog vele jonge kunstenaars op deze nieuwe afdeling.

In 1963 werd de fabriek een dochteronderneming van de Porceleijne Fles te Delft. Het volledige aandelenpakket werd overgenomen ... de naam Westraven bleef gehandhaafd.

In 1965 werden de laatste tegels geperst, een jaar later sluit ook de potterie-afdeling. Er werd gekozen voor de import van biscuitgebakken tegels bij de afdeling Oudholland. Op deze afdeling werkten toen gedetacheerd vanuit de Porceleijne Fles, een tiental ‘Westravenmeisjes’.

Begin jaren zeventig werd op de zolder van het bedrijf, in een kamer afgeschermd van de rest van de fabriek, geëxperimenteerd met tegels met opdruk in transfertechniek.

In 1980 werd dhr. Slier directeur. Aan de productie van keramische reliëftegels kwam in 1984 een einde. Er werkten 29 mensen en het hoofdproduct was de Oudhollandse tegel, zowel ambachtelijk geschilderd als met transfertechniek.

Op 1 september 1985 werd de ‘b.v. Faïence- en Tegelfabriek Westraven anno 1661’ verplaatst naar de Groenekanseweg 246 te Groenekan. Het pand aan de Helling werd gesloopt.

Het bedrijf is vanaf 1 oktober 1990 gevestigd op het adres: Mississippidreef 17 te Utrecht.

In 1994 werd het bedrijf gesloten en fysiek opgenomen in de Porceleyne Fles te Delft. Het einde van een fabriek met een rijk verleden ... !

Groeten,
Meindert
Cris Agterberg
              

































Koos van der Sluys
Leendert Blok
Potterie Rembrandt

Geen opmerkingen:

Een reactie posten